Uitdagende Outfit 1 | Boek

Vooraankondiging

img_3319-2           img_3341-2

img_3329-4Mijn debuut! Mijn eerste boek komt uit! De precieze datum is nog niet bekend, maar de vooraankondiging is er.

Uitdagende Outfit’  is een verhandeling over de ‘geestelijke wapenrusting’ uit Efeziërs 6. Als vrouw van een predikant was ik vaak betrokken bij het tot stand komen van de zondagse preek. Daar mijn man het verlangen had om voor onze gemeente een prekenserie over de Efeziërsbrief te maken, hebben we deze brief samen bestudeerd. Als laatste kwam in hoofdstuk 6 ‘de geestelijke wapenrusting’ aan bod. In eerste instantie was het de bedoeling van mijn man om één preek over dit gedeelte te maken, maar toen wij ons bogen over al het studiemateriaal dat wij op een gegeven moment voorhanden hadden, kwam hij tot de slotsom dat er voldoende te zeggen was over ieder specifiek onderdeel van de wapenrusting, waardoor hij er tenslotte 8 preken van heeft gemaakt.

Ik werd echter zo gepakt door de boodschap die in elk attribuut van de wapenrusting verborgen lag, dat bij mij het verlangen ontstond om onze ontdekkingen ten aanzien van de door Paulus aangereikte geestelijke wapenrusting verder uit te werken en in een reader te verwoorden ten behoeve van onze gemeente. Uiteindelijk is het dus geen reader, maar een heus boek geworden dat door het IBB (Internationale Bijbelbond) uitgegeven wordt.

Het heeft me bijzonder verrast dat ik eigen levenservaringen in dit boek kon verwerken waardoor het een persoonlijk verhaal geworden is waar velen zich in zullen herkennen. ‘Uitdagende Outfit’  is een gemakkelijk leesbaar boek met alledaagse voorbeelden over een ogenschijnlijk moeilijk onderwerp.

De vlinder | gedicht

De vlinder
Heeft zijn cocon verlaten
Achtergelaten
Vliegt naar ginder
Frank en vrij
Het oude leven voorbij
Uit de diepte naar omhoog
Ziet lieflijke kleuren
Ruikt kostelijke geuren
Vliegt naar de regenboog
Zonder haast
Verwonderd, verbaasd
Vanuit een ander perspectief
Laat het verleden
Beleeft het heden
Heeft het nieuwe leven lief lief lief

 

Door de ogen van een kind 4 | verhaal

Eén van mijn vroegste jeugdherinneringen betrof Katja, de herdershond van mijn oom en tante in Aadorp. Katja was een grote harige hond die, wanneer hij zich op twee poten oprichtte, ver boven mij uitstak. Als klein meisje was mijn angst zeker zo groot, zo niet groter, dan de grootte van het genoemde hondenbeest. Toen wij een keer op bezoek bij oom en tante waren, durfde ik bijna niet van mijn stoel af vanwege de nadrukkelijke aanwezigheid van Katja. Totdat de afschrikwekkende gedaante zich ten lange leste uit de kamer verwijderde. Opgelucht haalde ik adem, klom van de stoel af en liep naar mijn pietepeuterige nichtje dat in de box lag. Na een poosje met haar te hebben gespeeld, zag ik tot mijn grote schrik dat de, op een wolf lijkende, hond opnieuw de kamer binnenkwam. Hij keek om zich heen alsof hij op zoek was naar iemand die hij zou verslinden. Ik was ervan overtuigd dat hij het op mij had voorzien. Mijn nichtje lag veilig in de box en de anderen in de kamer waren veel te groot. Ik was de enige die geschikt leek voor een lekker hapje. Ik zag de lege stoel aan de andere kant van de kamer en in een opwelling nam ik een spurt naar een, in mijn ogen, veilige plek en klauterde er in no time op om vervolgens achter tegen de leuning aan te gaan staan, in de hoop dat het voor mijn onderwerp van angst onmogelijk was om mij te verorberen. Echter de stoel leek wel tamelijk groot en veilig, maar het was een rotanstoel die niet erg vast op zijn poten bleek te staan. De stoel voelde zich duidelijk belaagd door mijn onstuimigheid en stond te wankelen op zijn poten waarna hij de geest gaf en samen met mij achterover viel. Consternatie alom. De grote mensen schoten overeind en de woorden die van alle kanten werden geroepen buitelden over elkaar heen. Ik had geen oor en geen oog voor alle bedrijvigheid om mij heen. Ik zag alleen maar een groot bruin, harig monster en liggend op de grond leken zijn afmetingen steeds groter te worden. Heel lang bleef ik niet liggen, want grote mensenhanden tilden mij op en ook de stoel werd weer op zijn poten gezet. Ik had aardig wat tumult veroorzaakt en dit werd duidelijk niet gewaardeerd. De groten der familie overlegden en zochten naar een oplossing om aan mijn acties een einde te maken. Een fenomenale oplossing werd gevonden. Ik werd bij mijn nichtje in de box gezet en de box werd nu ook mijn veilig heenkomen. Deze oplossing was voor alle partijen bevredigend. Ik zocht een plekje in het uiterste hoekje zover mogelijk bij de viervoeter vandaan en vanachter de tralies volgde ik nauwgezet de bewegingen van de wolfshond die zijn ogen ook niet van mij af kon houden.images-10 Nee, grote honden hebben het niet op kleine meisjes en kleine meisjes hebben het niet op grote honden. Ik veroorzaakte geen tumult meer, omdat mijn innerlijk tumult ook tot bedaren kwam.  Voor mij, maar ook voor mijn ouders en mijn oom en tante was de rust teruggekeerd en de gesprekken konden zonder onderbreking van een onberekenbaar kind worden voortgezet.

Vertrouwen | artikel

Spreuken 3:5
Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet.

De meest gangbare definitie van vertrouwen omvat volgens Wikipedia de volgende elementen:
–           Bereidheid van een persoon of groep om afhankelijk te zijn van de daden van een andere persoon of groep.
–           Geloven dat een ander eerlijk is of dat iets goed zal gaan.
–           Verwachting van een persoon dat degene die hij/zij vertrouwt zal handelen op een manier die hem/haar niet zal benadelen,
met het risico in een nadelige positie te belanden indien de ander dit vertrouwen schaadt.

De Italiaanse filosofe Michela Marzano zegt in een interview het volgende: “Vertrouwen ligt aan de basis van iedere samenleving. Zonder vertrouwen blijft een maatschappij niet overeind en kan die zich ook niet verder ontwikkelen.”

Vertrouwen is nodig in iedere samenleving hoe groot of hoe klein deze ook is. Samenleving is een gemeenschap en een gemeenschap bestaat uit relaties. Een huwelijk of vriendschap is bijvoorbeeld de kleinst mogelijke vorm van een gemeenschap. De basis van elke relatie is vertrouwen. Zonder vertrouwen is iedere relatie, iedere gemeenschap gedoemd te mislukken.

Om vertrouwen te hebben in iets of iemand is er geloof nodig dat dit vertrouwen gerechtvaardigd is. In wie of wat hebben wij vertrouwen? Hebben wij vertrouwen in politici, in banken, in de economie of in onze carrière? Wie of wat biedt ons de broodnodige zekerheid in ons leven, de zekerheid dat ‘alles sal reg kom’? Wat we horen en zien van onze politici beschaamt regelmatig het vertrouwen dat we in hen hebben. Het vertrouwen dat ons spaargeld veilig op de bank staat blijkt een illusie te zijn en ons vertrouwen in de economie wordt weggevaagd door de crisis. Vertrouwen stellen op een carrière is ook niet vanzelfsprekend in tijden waar ontslagen en faillissementen aan de orde van de dag zijn. Ons vertrouwen in vooraanstaande mensen, maar ook in mensen van alledag wordt regelmatig teleurgesteld. Beloftes worden niet nagekomen, broodnodige hulp blijft achterwege en vrienden blijken geen vrienden te zijn. Mensen stellen teleur.

Psalm 146:3 NBV
Vertrouw niet op mensen met macht, op een sterveling bij wie geen redding is.

 Psalm 41:10 BGT
En zelfs mijn beste vriend is tegen mij. Hij was iemand die ik helemaal vertrouwde en met wie ik alles deelde.

In onze tekst staat dat we op de Heer moeten vertrouwen en niet op onszelf. Blijkbaar heeft de schrijver bij ervaring ondervonden dat onze menselijke inzichten niet vertrouwenswaard zijn.

Psalm 118:8,9 NBV
Beter te schuilen bij de Heer dan te vertrouwen op mensen. Beter te schuilen bij de Heer dan te vertrouwen op mannen met macht.

Onze christelijke samenleving blijkt op haar retour te zijn, de leegloop van de kerken spreekt immers duidelijke taal. Wellicht zijn we daardoor ook een groot deel van een diep verankerd vertrouwen kwijtgeraakt. Vertrouwen dat er Iemand is die boven alle klein menselijkheid uitstijgt en die ons vertrouwen waard is.

In de Dikke van Dale staat dat vertrouwen onder andere betekent: ‘met zekerheid hopen’. Deze betekenis wordt door de Bijbel onderschreven.

Hebreeën 11:1 
NBG Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.
NBV Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.

Hier staat het woordje geloof in plaats van vertrouwen. In de Bijbel echter zijn de woorden vertrouwen en geloof synoniem. Het Griekse woord ‘pistis’ (NT) wordt vertaald door geloof en vertrouwen. Het Hebreeuwse woord ‘Batach’ (OT) wordt vertaald door geloofsvertrouwen.

Geloof betekent niet alleen dat ik voor waar houd dat God bestaat. Geloof betekent: vertrouwen op iemand, omdat die persoon de waarheid spreekt, en vervolgens zijn raadgevingen en instructies opvolgen. Geloven is dus ook: trouw en gehoorzaam zijn aan de persoon waar men in gelooft. Geloven in God, is vertrouwen op God. Wanneer wij onvoorwaardelijk vertrouwen in Gods almacht, dan willen we Hem ook  gehoorzamen. Gehoorzamen zonder alles te begrijpen, omdat de waaromvraag met enige regelmaat niet wordt beantwoord. We kunnen geloven in God en ons toch niet aan Hem durven toevertrouwen, omdat we meer op ons eigen verstand, op ons eigen inzicht, vertrouwen.

Voorbeeld
Mijn man heeft in zijn jonge jaren gevaren en in die tijd was de radar in opkomst. De radar werd toen nog in het bijzonder gebruikt bij mist en bij donker. Heden ten dage staat de radar altijd stand-by en wordt er bijna continue met radar gevaren. Als er op radar gevaren moest worden dan waren daar twee personen voor nodig. De één las de radar en gaf vervolgens instructies aan de ander die achter het roer stond. Op een hele mistige dag werd de radar aangezet omdat met behulp van dit apparaat de (water)weg beter gevonden zou worden en bovendien veel veiliger. Manlief (toen nog een jong broekie) was bekend met de radar en hij zou achter het scherm gaan zitten en zijn bevindingen doorgeven aan de al veel oudere roerganger die nog niet met de radar bekend was. Al vrij snel moest de koers gecorrigeerd worden en dus gaf mijn man daar opdracht toe. De roerganger luisterde echter niet, hij keek door het raam naar buiten, zoals hij altijd gewend was geweest en stuurde bij het beperkte zicht naar eigen inzicht. Het gevolg was dat ze telkens verder uit koers raakten en uiteindelijk op ramkoers kwamen te liggen met een tegenligger. Waar de ogen niet in staat waren het naderend gevaar waar te nemen, was de radar in staat het rampscenario helder en duidelijk weer te geven. Mijn man liet nogmaals een nadrukkelijk bevel tot koerswijziging uitgaan, maar ook dat bevel werd niet opgevolgd. Er zat voor hem toen niets anders op dan het roer uit de handen van de oudere en de meer ervaren schipper te grijpen. Door het ogenblikkelijk corrigeren van de koers werd een aanvaring voorkomen. Pas toen zag de schipper in dat hij de ernst van de situatie niet onderkend had.

De roerganger wist theoretisch dat de radar nauwkeuriger was dan zijn eigen waarnemingen en dat bij mist de radar noodzakelijk was om veilig te kunnen varen, maar in de praktijk durfde hij er niet op te vertrouwen. Aan boord van een schip is een radar onmisbaar geworden. De radar heeft zicht op een groot gebied en wijst een veilige vaarweg aan. Als de radar aangeeft dat de koers moet worden verlegd om ongelukken te voorkomen dan is het zeer onverstandig om daar niet aan te gehoorzamen.

De Bijbel
God heeft zich in de Bijbel bekend gemaakt en Hij windt er geen doekjes om wanneer het gaat om de vraag op wie wij ons vertrouwen moeten stellen. Als wij echter ons vertrouwen op God willen stellen, moeten we de woorden van God ook voor waar aannemen en er gevolg aan geven. De woorden van God staan opgetekend in de Bijbel, een historisch, antiek boek. Hoe betrouwbaar zijn dan deze woorden?

Een paar historische feiten:
–       Van het Oude Testament zijn ongeveer 19.000 handgeschreven gedeelten bewaard gebleven en van het Nieuwe Testament om en nabij de 5.000.
–       Het Oude Testament is voor een groot deel bewezen door de vondsten van de Dode Zee rollen in 1947 waarvan de tekst, die geschreven is in 125 voor Christus, nauwkeurig overeenkomt met de versie uit 900 na Christus! Tevens wordt het Oude Testament bewaarheid in het Nieuwe Testament, gezien de vele profetieën die uitkwamen in Jezus, de Zoon van God. 700 jaar voor Christus is voorspeld dat Jezus geboren zou worden, en dat Hij zou sterven voor onze zonden. Diverse keren heeft de Bijbel voorspeld dat Israël opnieuw een staat zou worden.
–       De archeologie heeft onder andere het boek Handelingen bevestigd, dat tot in detail historisch betrouwbaar is gebleken.
–       Buiten Bijbelse schrijvers hebben de echtheid van de Bijbel bevestigd, zoals kerkvaders als Eusebius, Papias en Irenaeus, maar ook de Joodse historicus Flavius Josephus en andere Romeinse en Griekse schrijvers.
–       Doorgaans wordt een boek over een periode van 25 jaar gelezen, de Bijbel lezen we echter al eeuwenlang.
–       In de derde eeuw dacht keizer Diocletianes dat hij door de hevige christenvervolgingen het christendom had vernietigd. Slechts 10 jaar later kwam de christelijke keizer Constantijn aan de macht en toen werden, op kosten van het rijk, kopieën van de Bijbel gemaakt.
–       De Franse wijsgeer Voltaire, 1694-1778, verklaarde dat de Bijbel na vijftig jaar een vergeten boek zou zijn! Vijftig jaar na het sterven van Voltaire werd in zijn huis, op zijn drukpers, de Bijbel gedrukt.
–       In 2016 werd de Bijbel tot het meest verkochte boek uitgeroepen.

Hoe we ook over de Bijbel denken, de bovenstaande geverifieerde feiten zijn op zijn minst opmerkelijk te noemen. God beweert in de Bijbel van zichzelf dat Hij volledig en volkomen te vertrouwen is! Wat een uitspraak, want dat durven wij niet van onszelf te zeggen, omdat wij als mensen dit niet waar kunnen maken. God heeft zijn uitspraken waar gemaakt en zal ze waar maken. We hebben een God die was, die is en die zal zijn. Het is geen sprookje dat Hij de Almachtige is die alle touwtjes in handen heeft. Dat wil overigens niet zeggen dat alles in ons leven van een leien dakje zal verlopen. Integendeel. Zowel gelovigen als ongelovigen hebben met de gebrokenheid van deze wereld te maken en het kan er in ons leven heftig aan toe gaan. We zullen bij tijd en wijle het gevoel hebben dat God onbetrouwbaar is, omdat we het hoe en waarom der dingen niet begrijpen. De bekende Bijbelleraar Oswald Chambers schrijft in zijn dagboek ‘Geheel voor Hem’ het volgende:

Geloof in Bijbelse zin is: in God blijven geloven (vertrouwen), al schijnt alles met Hem in tegenspraak te zijn.  

Ons gevoel ligt niet aan de basis van ons vertrouwen in God, maar met onze wil kiezen we om God te vertrouwen en ……….ons gevoel zal volgen. We gaan met ons hele hart, dat is ons hele zijn, ons hele wezen, God vertrouwen. Ons vertrouwen op God zal een onwrikbare zekerheid worden.

Psalmen 9:11
Wie uw naam kent, kan op u vertrouwen, u verlaat niet wie u zoeken, Heer.

 Jesaja 43:10
Mijn getuige zijn jullie, spreekt de Heer, mijn dienaar, die ik uitgekozen heb
opdat jullie mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat ik het ben.
Vóór mij is er geen god gevormd, en na mij zal er geen zijn.

Niet het zichtbare geeft ons zekerheid, maar het onzichtbare en dat is en blijft een hele lastige materie voor ons mensen. Wij hebben behoefte alles onder controle te houden, maar met ons beperkte inzicht zijn we daar echter niet toe in staat. Slechts met het vertrouwen in God kunnen we met vertrouwen in het leven staan en met vertrouwen iedere crisis het hoofd bieden en vertrouwen in de toekomst hebben.

God is de enige die ons vertrouwen voor de volle 100 procent waard is. Geloven en daarmee vertrouwen op God geeft ons de onvervalste zekerheid dat ‘alles sal reg kom’!