Vertrouwen | artikel
Spreuken 3:5
Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet.
De meest gangbare definitie van vertrouwen omvat volgens Wikipedia de volgende elementen:
– Bereidheid van een persoon of groep om afhankelijk te zijn van de daden van een andere persoon of groep.
– Geloven dat een ander eerlijk is of dat iets goed zal gaan.
– Verwachting van een persoon dat degene die hij/zij vertrouwt zal handelen op een manier die hem/haar niet zal benadelen,
met het risico in een nadelige positie te belanden indien de ander dit vertrouwen schaadt.
De Italiaanse filosofe Michela Marzano zegt in een interview het volgende: “Vertrouwen ligt aan de basis van iedere samenleving. Zonder vertrouwen blijft een maatschappij niet overeind en kan die zich ook niet verder ontwikkelen.”
Vertrouwen is nodig in iedere samenleving hoe groot of hoe klein deze ook is. Samenleving is een gemeenschap en een gemeenschap bestaat uit relaties. Een huwelijk of vriendschap is bijvoorbeeld de kleinst mogelijke vorm van een gemeenschap. De basis van elke relatie is vertrouwen. Zonder vertrouwen is iedere relatie, iedere gemeenschap gedoemd te mislukken.
Om vertrouwen te hebben in iets of iemand is er geloof nodig dat dit vertrouwen gerechtvaardigd is. In wie of wat hebben wij vertrouwen? Hebben wij vertrouwen in politici, in banken, in de economie of in onze carrière? Wie of wat biedt ons de broodnodige zekerheid in ons leven, de zekerheid dat ‘alles sal reg kom’? Wat we horen en zien van onze politici beschaamt regelmatig het vertrouwen dat we in hen hebben. Het vertrouwen dat ons spaargeld veilig op de bank staat blijkt een illusie te zijn en ons vertrouwen in de economie wordt weggevaagd door de crisis. Vertrouwen stellen op een carrière is ook niet vanzelfsprekend in tijden waar ontslagen en faillissementen aan de orde van de dag zijn. Ons vertrouwen in vooraanstaande mensen, maar ook in mensen van alledag wordt regelmatig teleurgesteld. Beloftes worden niet nagekomen, broodnodige hulp blijft achterwege en vrienden blijken geen vrienden te zijn. Mensen stellen teleur.
Psalm 146:3 NBV
Vertrouw niet op mensen met macht, op een sterveling bij wie geen redding is.
Psalm 41:10 BGT
En zelfs mijn beste vriend is tegen mij. Hij was iemand die ik helemaal vertrouwde en met wie ik alles deelde.
In onze tekst staat dat we op de Heer moeten vertrouwen en niet op onszelf. Blijkbaar heeft de schrijver bij ervaring ondervonden dat onze menselijke inzichten niet vertrouwenswaard zijn.
Psalm 118:8,9 NBV
Beter te schuilen bij de Heer dan te vertrouwen op mensen. Beter te schuilen bij de Heer dan te vertrouwen op mannen met macht.
Onze christelijke samenleving blijkt op haar retour te zijn, de leegloop van de kerken spreekt immers duidelijke taal. Wellicht zijn we daardoor ook een groot deel van een diep verankerd vertrouwen kwijtgeraakt. Vertrouwen dat er Iemand is die boven alle klein menselijkheid uitstijgt en die ons vertrouwen waard is.
In de Dikke van Dale staat dat vertrouwen onder andere betekent: ‘met zekerheid hopen’. Deze betekenis wordt door de Bijbel onderschreven.
Hebreeën 11:1
NBG Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.
NBV Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.
Hier staat het woordje geloof in plaats van vertrouwen. In de Bijbel echter zijn de woorden vertrouwen en geloof synoniem. Het Griekse woord ‘pistis’ (NT) wordt vertaald door geloof en vertrouwen. Het Hebreeuwse woord ‘Batach’ (OT) wordt vertaald door geloofsvertrouwen.
Geloof betekent niet alleen dat ik voor waar houd dat God bestaat. Geloof betekent: vertrouwen op iemand, omdat die persoon de waarheid spreekt, en vervolgens zijn raadgevingen en instructies opvolgen. Geloven is dus ook: trouw en gehoorzaam zijn aan de persoon waar men in gelooft. Geloven in God, is vertrouwen op God. Wanneer wij onvoorwaardelijk vertrouwen in Gods almacht, dan willen we Hem ook gehoorzamen. Gehoorzamen zonder alles te begrijpen, omdat de waaromvraag met enige regelmaat niet wordt beantwoord. We kunnen geloven in God en ons toch niet aan Hem durven toevertrouwen, omdat we meer op ons eigen verstand, op ons eigen inzicht, vertrouwen.
Voorbeeld
Mijn man heeft in zijn jonge jaren gevaren en in die tijd was de radar in opkomst. De radar werd toen nog in het bijzonder gebruikt bij mist en bij donker. Heden ten dage staat de radar altijd stand-by en wordt er bijna continue met radar gevaren. Als er op radar gevaren moest worden dan waren daar twee personen voor nodig. De één las de radar en gaf vervolgens instructies aan de ander die achter het roer stond. Op een hele mistige dag werd de radar aangezet omdat met behulp van dit apparaat de (water)weg beter gevonden zou worden en bovendien veel veiliger. Manlief (toen nog een jong broekie) was bekend met de radar en hij zou achter het scherm gaan zitten en zijn bevindingen doorgeven aan de al veel oudere roerganger die nog niet met de radar bekend was. Al vrij snel moest de koers gecorrigeerd worden en dus gaf mijn man daar opdracht toe. De roerganger luisterde echter niet, hij keek door het raam naar buiten, zoals hij altijd gewend was geweest en stuurde bij het beperkte zicht naar eigen inzicht. Het gevolg was dat ze telkens verder uit koers raakten en uiteindelijk op ramkoers kwamen te liggen met een tegenligger. Waar de ogen niet in staat waren het naderend gevaar waar te nemen, was de radar in staat het rampscenario helder en duidelijk weer te geven. Mijn man liet nogmaals een nadrukkelijk bevel tot koerswijziging uitgaan, maar ook dat bevel werd niet opgevolgd. Er zat voor hem toen niets anders op dan het roer uit de handen van de oudere en de meer ervaren schipper te grijpen. Door het ogenblikkelijk corrigeren van de koers werd een aanvaring voorkomen. Pas toen zag de schipper in dat hij de ernst van de situatie niet onderkend had.
De roerganger wist theoretisch dat de radar nauwkeuriger was dan zijn eigen waarnemingen en dat bij mist de radar noodzakelijk was om veilig te kunnen varen, maar in de praktijk durfde hij er niet op te vertrouwen. Aan boord van een schip is een radar onmisbaar geworden. De radar heeft zicht op een groot gebied en wijst een veilige vaarweg aan. Als de radar aangeeft dat de koers moet worden verlegd om ongelukken te voorkomen dan is het zeer onverstandig om daar niet aan te gehoorzamen.
De Bijbel
God heeft zich in de Bijbel bekend gemaakt en Hij windt er geen doekjes om wanneer het gaat om de vraag op wie wij ons vertrouwen moeten stellen. Als wij echter ons vertrouwen op God willen stellen, moeten we de woorden van God ook voor waar aannemen en er gevolg aan geven. De woorden van God staan opgetekend in de Bijbel, een historisch, antiek boek. Hoe betrouwbaar zijn dan deze woorden?
Een paar historische feiten:
– Van het Oude Testament zijn ongeveer 19.000 handgeschreven gedeelten bewaard gebleven en van het Nieuwe Testament om en nabij de 5.000.
– Het Oude Testament is voor een groot deel bewezen door de vondsten van de Dode Zee rollen in 1947 waarvan de tekst, die geschreven is in 125 voor Christus, nauwkeurig overeenkomt met de versie uit 900 na Christus! Tevens wordt het Oude Testament bewaarheid in het Nieuwe Testament, gezien de vele profetieën die uitkwamen in Jezus, de Zoon van God. 700 jaar voor Christus is voorspeld dat Jezus geboren zou worden, en dat Hij zou sterven voor onze zonden. Diverse keren heeft de Bijbel voorspeld dat Israël opnieuw een staat zou worden.
– De archeologie heeft onder andere het boek Handelingen bevestigd, dat tot in detail historisch betrouwbaar is gebleken.
– Buiten Bijbelse schrijvers hebben de echtheid van de Bijbel bevestigd, zoals kerkvaders als Eusebius, Papias en Irenaeus, maar ook de Joodse historicus Flavius Josephus en andere Romeinse en Griekse schrijvers.
– Doorgaans wordt een boek over een periode van 25 jaar gelezen, de Bijbel lezen we echter al eeuwenlang.
– In de derde eeuw dacht keizer Diocletianes dat hij door de hevige christenvervolgingen het christendom had vernietigd. Slechts 10 jaar later kwam de christelijke keizer Constantijn aan de macht en toen werden, op kosten van het rijk, kopieën van de Bijbel gemaakt.
– De Franse wijsgeer Voltaire, 1694-1778, verklaarde dat de Bijbel na vijftig jaar een vergeten boek zou zijn! Vijftig jaar na het sterven van Voltaire werd in zijn huis, op zijn drukpers, de Bijbel gedrukt.
– In 2016 werd de Bijbel tot het meest verkochte boek uitgeroepen.
Hoe we ook over de Bijbel denken, de bovenstaande geverifieerde feiten zijn op zijn minst opmerkelijk te noemen. God beweert in de Bijbel van zichzelf dat Hij volledig en volkomen te vertrouwen is! Wat een uitspraak, want dat durven wij niet van onszelf te zeggen, omdat wij als mensen dit niet waar kunnen maken. God heeft zijn uitspraken waar gemaakt en zal ze waar maken. We hebben een God die was, die is en die zal zijn. Het is geen sprookje dat Hij de Almachtige is die alle touwtjes in handen heeft. Dat wil overigens niet zeggen dat alles in ons leven van een leien dakje zal verlopen. Integendeel. Zowel gelovigen als ongelovigen hebben met de gebrokenheid van deze wereld te maken en het kan er in ons leven heftig aan toe gaan. We zullen bij tijd en wijle het gevoel hebben dat God onbetrouwbaar is, omdat we het hoe en waarom der dingen niet begrijpen. De bekende Bijbelleraar Oswald Chambers schrijft in zijn dagboek ‘Geheel voor Hem’ het volgende:
Geloof in Bijbelse zin is: in God blijven geloven (vertrouwen), al schijnt alles met Hem in tegenspraak te zijn.
Ons gevoel ligt niet aan de basis van ons vertrouwen in God, maar met onze wil kiezen we om God te vertrouwen en ……….ons gevoel zal volgen. We gaan met ons hele hart, dat is ons hele zijn, ons hele wezen, God vertrouwen. Ons vertrouwen op God zal een onwrikbare zekerheid worden.
Psalmen 9:11
Wie uw naam kent, kan op u vertrouwen, u verlaat niet wie u zoeken, Heer.
Jesaja 43:10
Mijn getuige zijn jullie, spreekt de Heer, mijn dienaar, die ik uitgekozen heb
opdat jullie mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat ik het ben.
Vóór mij is er geen god gevormd, en na mij zal er geen zijn.
Niet het zichtbare geeft ons zekerheid, maar het onzichtbare en dat is en blijft een hele lastige materie voor ons mensen. Wij hebben behoefte alles onder controle te houden, maar met ons beperkte inzicht zijn we daar echter niet toe in staat. Slechts met het vertrouwen in God kunnen we met vertrouwen in het leven staan en met vertrouwen iedere crisis het hoofd bieden en vertrouwen in de toekomst hebben.
God is de enige die ons vertrouwen voor de volle 100 procent waard is. Geloven en daarmee vertrouwen op God geeft ons de onvervalste zekerheid dat ‘alles sal reg kom’!
Door de ogen van een kind 3 | verhaal
Jozef, Maria en het het kindje Jezus! Tijdens de logeerpartij in Renderloo gingen we op een mooie dag met oom en tante, en nog een heleboel andere mensen, pannenkoeken eten in de Ossenstal in Epe. Iedereen ging aan tafel zitten en ik kreeg een stoel naast tante Mini. Ze was druk in gesprek met een mevrouw die aan de andere kant van haar zat. Ik probeerde op verschillende manieren haar aandacht te trekken, want ik had een prangende vraag. Tenslotte trok ik aan haar arm, zodat ze wel moest reageren. Ze draaide zich naar mij om en vroeg me wat er aan de hand was. Eindelijk kon ik de vraag stellen die me zo bezig hield. Ik vroeg haar waar Jozef en Maria waren en het kindje Jezus. Mijn lieve tante keek me enigszins wezenloos aan. Ze had geen idee waar ik het over had. Ik probeerde haar uit te leggen dat we in de Ossenstal waren, waar ook Jozef en Maria moesten zijn. Daar had ik al zoveel verhalen over gehoord, dat hoorde zij toch ook te weten. Ik was verbaasd dat zij en al die andere mensen hier zomaar rustig aan tafel zaten. Waarom gingen we nu niet met elkaar op zoek naar het kindje dat in de stal geboren was? Het leek wel of mijn tante totaal niet wist waar ik het over had. Ik kreeg dan ook geen bevredigend antwoord en dus zat er maar één ding op, ik moest zelf op onderzoek uit. Ik wipte van mijn stoel af en ging op zoek. Op zoek naar het kindje Jezus. Elke keer wanneer ik een deur opendeed verwachtte ik Jozef, Maria en het kindje te zien en natuurlijk de os en de ezel. Maar in welke kamer ik ook keek, ze waren en bleven onvindbaar. Hevig teleurgesteld ging ik terug naar mijn tante. Ik snapte er helemaal niets van. We waren toch in de Ossenstal en daar hoorde het Bijbelse drietal ook te zijn. Ik heb geen moeite meer gedaan om mijn tante deelgenoot te maken van mijn gedachten. Het was wel duidelijk dat de pannenkoeken die op het hoofdmenu stonden haar meer bezighielden dan Jozef en Maria met het kindeke. Grote mensen zijn voor kleine kinderen moeilijk te begrijpen. De meeste grote mensen die in mijn wereld rondliepen, waaronder ook mijn tante, hielden mij vaak voor dat Jezus heel belangrijk was. Hier, notabene in de Ossenstal, leek Jezus er weinig toe te doen, maar de pannenkoeken des te meer. Hoewel pannenkoeken, normaal gesproken, aan mij goed besteed waren, kon ik er in de Ossenstal toch niet van genieten. De pannenkoeken waren voor mij van ondergeschikt belang, maar daarin leek ik toch wel de enige te zijn. Ik had heel sterk het gevoel dichtbij iets bijzonders te zijn terwijl het helemaal aan mij voorbij leek te gaan. Opnieuw bleek dat mijn tante echt te oud was om de gedachtegang van een zesjarig meisje te begrijpen.
Het heeft nog heel wat jaren geduurd voordat ik op de vragen van toen een bevredigend antwoord kreeg en ik uiteindelijk begreep dat de Ossenstal (zonder één enkele os) slechts een naam voor het pannenkoekrestaurant was en niets maar dan ook helemaal niets te maken had met de stal waar Jezus geboren was.
Tige Tank | gedicht
Tige tank
Welt in mij naar boven
Met deze Friese jubelklank
Wil ik danken en loven
De Heer van mijn leven
Voor zijn zegen
Die Hij heeft gegeven
Bij zonneschijn en regen
Hij is mijn rijkdom
‘k Vraag niet meer
Naar het hoe, waarom
En wanneer
Hij is, was en zal
Van heel nabij
Alles in al
Van voorbij
Is de tijd
Zo niet Hij
Grote dankbaarheid
Doorstroomt mij
Voor tijd en eeuwigheid
Hart tegen hard | gedicht
Verbroken
Vriendschap
Ontloken
Vijandschap
Jaloezie
Irritatie
Onverdraagzaamheid
Zelfgenoegzaamheid
Een verhard
Hart
Uitgesproken en
Onuitgesproken
Kille woorden
Smoorden
Griefden
De liefde
Slechts hart
Tegen hard
Is in staat
Alle kwaad
Te bezweren
Te elimineren
De liefde verzacht
Geeft kracht
Verbindt
En overwint
Door de ogen van een kind 2 | verhaal
Mijn nichtje! Mijn nichtje Wilma en ik mochten in de grote vakantie samen een week met onze tante en oom mee naar een heel groot vakantiehuis waar veel meer grote mensen en kinderen waren. Wilma en ik waren al zes jaar en groot genoeg om zonder onze vader en moeder op vakantie te gaan. We reisden helemaal van Twente naar Renderloo en dat was een heel eind weg. Onze oom en tante hadden zelf geen kinderen en daarom vonden ze het leuk om af en toe hun nichtjes bij zich te hebben. Ik was met oom en tante meegekomen en Wilma werd op een iets later tijdstip gebracht. We sliepen samen heel gezellig op één kamer, maar al vanaf het eerste begin had mijn nichtje last van heimwee. Door tante Mini werd dit woord uitgelegd als ‘verlangs naar haar moeder’. Wilma huilde veelvuldig en och wat had ik een medelijden met haar. In tegenstelling tot mijn nichtje vond ik het super spannend om een week met zoveel andere kinderen spelletjes te doen onder de bezielende leiding van oom Renger en had dan ook geen last van ‘verlangs naar mijn moeder’. Na verloop van tijd bedaarde Wilma dan toch en hadden we het heel plezierig zo saampjes op onze kamer. Tot we ’s avonds op bed lagen en ik op een gegeven moment bedacht dat Wilma blijkbaar geen ‘verlangs meer naar haar moeder’ had. Ik vond het van gepast meeleven getuigen om daar toch nog even naar te informeren. Toen ik echter aan haar vroeg of haar ‘verlangs naar haar moeder’ nu over was, begon Wilma weer hartverscheurend te huilen. Ik ging rechtop in bed zitten, verbaasd, maar ook geschokt vanwege het heftige verdriet dat plotseling weer zichtbaar en hoorbaar was. Toen het huilen aanhield bleef mij niets anders over dan tante Mini erbij te roepen. In mijn nachtponnetje trippelde ik over de gang naar de zaal, waar heel veel grote mensen bij elkaar zaten, om mijn tante op te halen. Volkomen onschuldig vertelde ik haar wat er aan de hand was en ook over mijn aandeel in dit, opnieuw, grote verdriet van mijn nichtje. Tante Mini keek mij hoofdschuddend aan en vond mij dom, heel erg dom. Dit ging mijn verstand te boven. Ik had alleen maar aardig voor Wilma willen zijn en ik snapte niet wat haar huilbui nu met mijn vraag te maken had en ik snapte al helemaal niet waarom mijn tante mij als dom, heel erg dom betitelde. Mijn kinderlijk brein bedacht dat mijn tante het allemaal niet goed begrepen moest hebben en daarom zelf misschien wel een beetje dom reageerde. Ik nam haar dat helemaal niet kwalijk, want per slot van rekening was ze een hele ‘oude’ tante, ze was zeker veel ouder dan 30 jaar. Desalniettemin vond ik haar toch een hele lieve tante, al begreep ze haar zesjarige nichtje niet zo goed. Grote mensen en kleine kinderen, een wereld van verschil.
Vrede op aarde | gedicht
Vrede op aarde
In mensen een welbehagen
Woorden van weinig waarde
In deze tijd van onbehagen
Van onvrede
En eigen belangen
Of zijn deze woorden een bede
Een liedje van verlangen
Naar de nieuwe eeuw
Waar koe en kind
Slang, lam en leeuw
Eensgezind
Samen zijn
Waar alle pijn
En verdriet
Vergeten zijn
Daar klinkt het lied
Als een lieflijk refrein
Vrede op aarde
In mensen een welbehagen
Woorden van eeuwige waarde
Geen onbehagen
Onvrede of eigenbelang meer
Voor altijd
En zonder meer
Voorgoed verleden tijd
Een nieuwe monarchie
Waar de Heer der Heren
In onvergane glorie
Voor eeuwig zal regeren






















