Door de ogen van een kind 5 | verhaal

Op de boerderij! Toen ik zes jaar was, zou er in ons gezin een baby geboren worden. Voordat de baby arriveerde werden mijn broertje en ik naar mijn oom en tante gebracht die in Aadorp woonden. Aadorp had altijd een magische klank voor mij, want daar woonden mijn oom en tante in een sprookjeshuis. Dat sprookjeshuis was wit en stond helemaal alleen, een los huis. Ze hadden een geweldige grote tuin met veel dieren, een geit, ganzen, en kippen. Niet alleen dieren in de tuin, maar ook in huis. Daar woonde de al eerder genoemde harige hond, Katja, voor wie ik het nodige ontzag koesterde. Ik was bang voor dit hondenbeest, hoewel mijn oom en tante bij hoog en laag beweerden dat het een hele lieve hond was. Toch bleef ik liever bij hem uit de buurt, hij mocht dan lief zijn, maar hij was ook reusachtig groot met een grote bek en hele grote tanden. Eigenlijk leek hij op de wolf van Roodkapje en die was beslist niet lief. Dus liep ik waar mogelijk met een grote boog om Katja heen. Wij hadden thuis geen dieren, o ja toch, een goudvis in een glazen kom. Maar die telde eigenlijk niet helemaal mee, nee, bij oom en tante hadden ze echte dieren. Ik woonde met mijn vader en moeder en met mijn broertje op een flat, drie hoog, en dan is het wel een beetje moeilijk om grotere dieren dan goudvissen in huis te hebben. Hoewel achter de flat wel een grasstrook aangelegd was, was er van een tuin echter geen sprake of het moest al het speeltuintje zijn, een paar straten verderop. Het was bij mijn oom en tante een waar speelparadijs. Wat de logeerpartij extra leuk maakte was het vriendinnetje dat ik daar in het dorp had en als ik op bezoek was bij oom en tante dan zocht ik haar op. Ondanks de aanwezigheid van Katja, verheugde ik me op de dagen in Aadorp waar alle tijd en ruimte was om te spelen. Bij mijn vriendinnetje waren natuurlijk ook veel dieren, want ze woonde op een heuse boerderij en daar was altijd wel wat te beleven. Er was een schommel waar we eindeloos op schommelden en er liepen broers en knechten rond, maar het onderscheid zag ik niet. Er was veel bedrijvigheid in en om het huis en ik vond dat het er allemaal heel gezellig aan toe ging. Op één van de dagen dat ik bij oom en tante logeerde, mocht ik bij mijn vriendinnetje eten. Ik vond het spannend om met zoveel mensen aan tafel te zitten, want thuis zaten we maar met ons vieren aan tafel. Hier waren we met veel grote mensen bij elkaar, bijna allemaal mannen, en ik vond het gezin lijken op het gezin van Jakob met zijn twaalf zonen. Ik moest bij mijn vriendinnetje altijd sterk aan het verhaal van Jakob met zijn zonen denken, omdat de achternaam van mijn vriendinnetje Benjamins was. Ik raakte er soms zelfs een beetje van in de war, omdat het verhaal van Jakob in de bijbel stond en deze mensen woonden in Aadorp, waar ik ook was. Af en toe scheen het mij toe dat Jakob en zijn zonen weer tot leven waren gekomen en het verhaal zich in het hier en nu afspeelde. Toen we daar aan tafel zaten, had ik geen aandacht voor het eten, want ik was diep onder de indruk van het lawaai dat iedereen maakte en van de verhalen die verteld werden. Ik keek met grote ogen om mij heen. Het leek of ik uit mijn eigen verhaal was gestapt en in een heel ander verhaal terecht was gekomen. Een verhaal dat zo boeiend en spannend was dat ik alles om mij heen vergat. Totdat één van de grote mensen mij aansprak, omdat ik niet at. Ik schrok ervan en probeerde mij zo onzichtbaar mogelijk te maken, maar blijkbaar was ik ontdekt en er werden mij allerlei vragen gesteld waarop ik geen antwoord had of waarop ik geen antwoord durfde te geven. Toen werd mij de vraag gesteld of wij thuis ook beesten hadden. Natuurlijk hadden wij ook beesten. We hadden een goudvis! Maar ja, die telde eigenlijk niet mee. Het voelde ook wel karig aan dat wij alleen maar een goudvis hadden, terwijl er hier allerlei beesten rond het erf en in de wei liepen. Er gingen in rap tempo een heleboel gedachten in mij om. Voordat ik er erg in had werd fantasie werkelijkheid. Ik vertelde vol vuur hoe wij een paard, een koe en een varken hadden en een hond, ja natuurlijk een hond, maar wel een kleintje en een hele lieve. De verbaasde blikken nam ik niet waar. De volgende vraag die naar aanleiding van mijn prachtige verhaal werd gesteld was logisch. Ik woonde toch op een flat? Ja, dat was ook zo, maar op de begane grond had onze flat allemaal garages. Daar hadden wij een stal van gemaakt en daarom konden wij op de flat ook heel best dieren hebben. De grote mensen leken het allemaal niet zo goed te begrijpen, dus heb ik het hun zo goed mogelijk uitgelegd. Mijn verhaal werd mooier en mooier en ik was alle verlegenheid voorbij. Ik was me op geen enkel moment bewust dat ik de scheidslijn tussen fictie en werkelijkheid had overschreden. Ik schiep een eigen wereld waar elke droom werkelijkheid werd. Na mijn verhaal zo goed mogelijk te hebben afgerond, ging ik voldaan van tafel en speelde die middag naar hartenlust met mijn vriendinnetje.images-2

De volgende dag was mijn oom thuis. Mijn oom was een indrukwekkende man. Hij was, net als de tuin en net als de hond, heel groot. Hij paste misschien wel niet eens in onze flat. Ik speelde in de tuin toen hij mij riep. Mijn oom leek wel een beetje streng met zijn donkere bril en o, hij was zo groot, waardoor ik me nog kleiner voelde dan ik al was. Ik liep voorzichtig naar hem toe om te horen wat hij mij wilde zeggen. Tot mijn grote schrik vroeg hij mij wat ik de vorige dag bij de familie Benjamins had verteld. Opeens drong het haarscherp tot mij door dat ik een verhaal had verteld dat helemaal niet waar was. En ja hoor, mijn oom vroeg mij of ik wel wist dat ik gelogen had en of ik wel wist dat liegen niet mocht. Jazeker, dat wist ik maar al te goed. Liegen was verboden, daar stond meestal straf op. Het klamme zweet brak me uit. Wat had ik nu toch gedaan? Mijn oom gaf mij een standje, alhoewel hij niet eens heel erg boos was en ik kreeg gelukkig geen straf. Het leek zelfs wel of hij een beetje glimlachte, maar dat zag ik vast niet goed. Ik schaamde me van top tot teen, hoe kon ik zo’n verhaal verzinnen. Mijn verzinsels maakten een eind aan de vriendschap met mijn vriendinnetje op de boerderij. Mijn schaamte weerhield mij ervan om nog eens een bezoek aan de boerderij te brengen. De hele familie van Jakob wist nu dat ik gelogen had en ik durfde ze niet meer onder ogen te komen. O, o, o ik moest er op letten dat ik niet opnieuw zomaar een verhaal zou vertellen, al was het ook een heel mooi verhaal.

Pas veel later ontdekte ik dat mooie verhalen verteld mogen worden, zelfs als ze niet waar zijn. 

 

Verwondering | gedicht

Ik verwonder mij
Over van alles en nog wat
Over het goede wat ik heb en had
Ik verwonder mij ook
Over het kwaad
Dat het goede zo slecht verstaat
Ik verwonder mij
Over het schandalig scanderen
Niet van de geschiedenis willen leren
Ik verwonder mij
Over ‘je suis Charlie’
Maar de bootvluchteling niet zie
Ik verwonder mij
Over zoveel liefdeloosheid en strijd
En……over Gods geduld en barmhartigheid

Ik verwonder mij over de regenboog
In de wolken hemelhoog
Ik verwonder mij
Dat God de moed niet in de schoenen zinkt
En de mensheid niet opnieuw verdrinkt

Ik verwonder mij
En ben zo blij
Dat de hoop het van de wanhoop wint
Omdat morgen een nieuwe tijd begint
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
Met nieuwe normen en nieuwe waarden
Een nieuw Koninkrijk waar de liefde overwint
Mijn verwondering wordt dan
Oneindige bewondering

 

 

Uitdagende Outfit 1 | Boek

Vooraankondiging

img_3319-2           img_3341-2

img_3329-4Mijn debuut! Mijn eerste boek komt uit! De precieze datum is nog niet bekend, maar de vooraankondiging is er.

‘Uitdagende Outfit’  is een verhandeling over de ‘geestelijke wapenrusting’ uit Efeziërs 6. Als vrouw van een predikant was ik vaak betrokken bij het tot stand komen van de zondagse preek. Daar mijn man het verlangen had om voor onze gemeente een prekenserie over de Efeziërsbrief te maken, hebben we deze brief samen bestudeerd. Als laatste kwam in hoofdstuk 6 ‘de geestelijke wapenrusting’ aan bod. In eerste instantie was het de bedoeling van mijn man om één preek over dit gedeelte te maken, maar toen wij ons bogen over al het studiemateriaal dat wij op een gegeven moment voorhanden hadden, kwam hij tot de slotsom dat er voldoende te zeggen was over ieder specifiek onderdeel van de wapenrusting, waardoor hij er tenslotte 8 preken van heeft gemaakt.

Ik werd echter zo gepakt door de boodschap die in elk attribuut van de wapenrusting verborgen lag, dat bij mij het verlangen ontstond om onze ontdekkingen ten aanzien van de door Paulus aangereikte geestelijke wapenrusting verder uit te werken en in een reader te verwoorden ten behoeve van onze gemeente. Uiteindelijk is het dus geen reader, maar een heus boek geworden dat door het IBB (Internationale Bijbelbond) uitgegeven wordt.

Het heeft me bijzonder verrast dat ik eigen levenservaringen in dit boek kon verwerken waardoor het een persoonlijk verhaal geworden is waar velen zich in zullen herkennen. ‘Uitdagende Outfit’  is een gemakkelijk leesbaar boek met alledaagse voorbeelden over een ogenschijnlijk moeilijk onderwerp.

De vlinder | gedicht

De vlinder
Heeft zijn cocon verlaten
Achtergelaten
Vliegt naar ginder
Frank en vrij
Het oude leven voorbij
Uit de diepte naar omhoog
Ziet lieflijke kleuren
Ruikt kostelijke geuren
Vliegt naar de regenboog
Zonder haast
Verwonderd, verbaasd
Vanuit een ander perspectief
Laat het verleden
Beleeft het heden
Heeft het nieuwe leven lief lief lief

 

Door de ogen van een kind 4 | verhaal

Eén van mijn vroegste jeugdherinneringen betrof Katja, de herdershond van mijn oom en tante in Aadorp. Katja was een grote harige hond die, wanneer hij zich op twee poten oprichtte, ver boven mij uitstak. Als klein meisje was mijn angst zeker zo groot, zo niet groter, dan de grootte van het genoemde hondenbeest. Toen wij een keer op bezoek bij oom en tante waren, durfde ik bijna niet van mijn stoel af vanwege de nadrukkelijke aanwezigheid van Katja. Totdat de afschrikwekkende gedaante zich ten lange leste uit de kamer verwijderde. Opgelucht haalde ik adem, klom van de stoel af en liep naar mijn pietepeuterige nichtje dat in de box lag. Na een poosje met haar te hebben gespeeld, zag ik tot mijn grote schrik dat de, op een wolf lijkende, hond opnieuw de kamer binnenkwam. Hij keek om zich heen alsof hij op zoek was naar iemand die hij zou verslinden. Ik was ervan overtuigd dat hij het op mij had voorzien. Mijn nichtje lag veilig in de box en de anderen in de kamer waren veel te groot. Ik was de enige die geschikt leek voor een lekker hapje. Ik zag de lege stoel aan de andere kant van de kamer en in een opwelling nam ik een spurt naar een, in mijn ogen, veilige plek en klauterde er in no time op om vervolgens achter tegen de leuning aan te gaan staan, in de hoop dat het voor mijn onderwerp van angst onmogelijk was om mij te verorberen. Echter de stoel leek wel tamelijk groot en veilig, maar het was een rotanstoel die niet erg vast op zijn poten bleek te staan. De stoel voelde zich duidelijk belaagd door mijn onstuimigheid en stond te wankelen op zijn poten waarna hij de geest gaf en samen met mij achterover viel. Consternatie alom. De grote mensen schoten overeind en de woorden die van alle kanten werden geroepen buitelden over elkaar heen. Ik had geen oor en geen oog voor alle bedrijvigheid om mij heen. Ik zag alleen maar een groot bruin, harig monster en liggend op de grond leken zijn afmetingen steeds groter te worden. Heel lang bleef ik niet liggen, want grote mensenhanden tilden mij op en ook de stoel werd weer op zijn poten gezet. Ik had aardig wat tumult veroorzaakt en dit werd duidelijk niet gewaardeerd. De groten der familie overlegden en zochten naar een oplossing om aan mijn acties een einde te maken. Een fenomenale oplossing werd gevonden. Ik werd bij mijn nichtje in de box gezet en de box werd nu ook mijn veilig heenkomen. Deze oplossing was voor alle partijen bevredigend. Ik zocht een plekje in het uiterste hoekje zover mogelijk bij de viervoeter vandaan en vanachter de tralies volgde ik nauwgezet de bewegingen van de wolfshond die zijn ogen ook niet van mij af kon houden.images-10 Nee, grote honden hebben het niet op kleine meisjes en kleine meisjes hebben het niet op grote honden. Ik veroorzaakte geen tumult meer, omdat mijn innerlijk tumult ook tot bedaren kwam.  Voor mij, maar ook voor mijn ouders en mijn oom en tante was de rust teruggekeerd en de gesprekken konden zonder onderbreking van een onberekenbaar kind worden voortgezet.